Maandcolumn 2 (februari 2026)

Wie een boek schrijft, zal op een gegeven moment denken: kan deze scène wel door de beugel? En helemaal als je een boek voor jonge tieners schrijft, overweeg je elk woord en elke handeling minstens vijf keer. Het mag spannend maar het moet emotioneel veilig zijn. Wat ik voor ogen had, was een spannend jongensboek met een boodschap. Maar zodra ik dat woord – want in mijn jeugd was het woord ‘jongensboek’ de omschrijving voor een avontuurlijk verhaal – op X gebruikte, vroeg meneer Leftie waarom meisjes het niet zouden kunnen lezen. En toen ik het manuscript uploadde naar ChatGPT met de opdracht een kaftconcept te maken, wat zo verrassend goed lukte dat ik dat meldde in een post op X (maar zonder de afbeelding te plaatsen), kwam mevrouw Leftie met de opmerking dat AI slecht voor het milieu is en bovendien een inbreuk op het werk van kunstenaars. En dus ontvolgde ze deze kunstenaar prompt. En ik dacht: het boek is nog niet eens uit of de Gelabelde Medemens heeft al kritiek.

Maar het had veel weg van autistische kritiek, waarbij er één boosdoener steeds wordt aangehaald terwijl er veel meer boosdoeners zijn. Anders zou ze immers geen account hebben op X, waar Grok net zozeer schadelijk is voor het milieu als haar boosdoener van dienst, ChatGPT.

Als je aan ChatGPT vraagt wat de definitie van een jongensboek is, krijg je onder meer te lezen dat zo’n boek een sterke, herkenbare hoofdpersoon nodig heeft in de leeftijd van het beoogde lezerspubliek, die moedig, nieuwsgierig en eigenwijs maar niet perfect is, een duidelijk doel heeft en groeit durende het verhaal. ‘Jongens in deze leeftijd willen vaak lezen over iemand die iets durft wat zij zelf misschien spannend vinden.’ Nou, dat komt helemaal goed: Hein springt op een crossmotor om de achtervolging in te zetten, doet een wheelie door een houten deur en gaat ondanks zijn angst de confrontatie aan met een oudere tiener die luide video’s zit te kijken in de stiltecoupé.

Daarnaast zegt ChatGPT dat er geen lange uitleg vooraf moet worden gegeven, maar begonnen met spanning vanaf het begin. Hoofdstukken moeten eindigen met kleine cliffhangers. En het verhaal moet worden opgebouwd uit veel gebeurtenissen, afwisseling tussen actie en rustmomenten, en er moet fysieke spanning zijn: achtervolgingen, ontsnappingen, geheimen, ontdekkingen.

Check, check, check, check!

Populaire thema’s onder het beoogde lezerspubliek zijn onder meer geheimen en complotten, spionage, games en criminelen ontmaskeren. Jep, dat zit er allemaal in. En daarnaast moet er ‘vriendschap en groepsdynamiek’ zijn: één of meerdere vrienden en onderlinge spanning of conflicten.

Check, check.

Dus zo bezien is het qua genre gewoon een authentiek jongensboek. En als dat aan de extreem linkerzijde van de samenleving een onwenselijke term is, zou ik bijna aannemen dat zulke Linksjes ook eisen dat Basic Fit Ladies toegankelijk wordt voor mannen. Dat lijkt mij dan weer onwenselijk, maar ieder z’n ding.

Soms maak je als artiest – schilder, schrijver, filmmaker – een gewaagde maar artistieke keuze. Heb je bijvoorbeeld de film The Running Man (2025) gezien? Daarin komt een fictief cerealmerk genaamd Fun Twinks voor. Op het pak zie je een beer staan. Toen Stephen King zijn novelle in 1972 (of 1973?) schreef, wist hij naar eigen zeggen niet wat een twink is. Waarschijnlijk klonk het gewoon grappig en had het woord niet dezelfde connotatie als het tegenwoordig heeft. En toch heeft de regisseur van een film uit 2025 gezegd: ik weet dondersgoed wat het is, en we gebruiken het om de absurde en vercommercialiseerde media-omgeving waarin de hoofdpersoon opereert te onderstrepen. Dat is een schoolvoorbeeld van een gewaagde maar artistieke keuze.

Ik heb vaak geprobeerd daar weg van te blijven door schoon en neutraal te schrijven. Maar inmiddels heb ik besloten dat kritiek toch wel ontstaat, hoe conflictmijdend je ook bent. De vraag is alleen of die kritiek constructief is. Met andere woorden: van wie is het afkomstig en is het inhoudelijk? Daarom is de hamvraag niet wat dergelijke Gelabelde Medemensen van het boek vinden, maar de lezers die zich straks (hopelijk, hopelijk) met dit uiterst zorgvuldig geconstrueerde verhaal gaan vermaken.

De protaganist is Hein, die geen smartphone heeft. Hij gelooft dat die apparaten slecht zijn voor je karakter. En hij vindt zijn gelijk in het feit dat hij steeds degene is die ingrijpt als er iets gebeurt en anderen filmen hoe hij ingrijpt. Hij heeft geen sociale media – wat hem heel milieubewust maakt, wink wink – maar wel een eigen hashtag: #HelderseHein. Zijn bestie is Sem, die de hashtag heeft verzonnen en Hein het liefst filmt, maar ook ingrijpt als het nodig is. Dan heb je Joris, die het liefste gamet en een bloedhekel aan die betweterige, prekende Hein heeft. En dan heb je Leon, die eenzaam is en heel graag vrienden met Hein wil zijn, maar zichzelf elke dag terugvindt achter Joris’ gamecomputer. Daaromheen is een verhaal gesponnen met actie, spannende situaties, ondersteunende karakters, Heins thuissituatie en Leons thuissituatie en de impact van de ongewenste roem. Dus tja, misschien is het uiteindelijk inderdaad wat universeler geworden dan slechts een jongensboek en moet het gewoon een jeugdboek heten.

Of doe ik dan weer aan leeftijdsdiscriminatie?

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.