Zo, dat was een koud begin van het jaar! Het hele land lag plat, joh. Soms zelfs preventief. Voor een ingewijde zal het waarom van veel maatregelen en annuleringen ongetwijfeld ontzettend logisch zijn geweest, maar voor de gestrande leek bleef het door het gebrek aan informatie vaak gissen.
Toen er tijdens de aanleg van de Amsterdamse Noord-Zuidlijn huizen verzakten aan de Vijzelstraat, was één van de maatregelen dat men veel beter moest communiceren met de ondeskundige buitenwereld. En dus kwamen er wekelijks meerdere artikelen waarin een stukjesschrijver naar één van de bouwplaatsen ging en een voorman liet uitleggen wat er op die locatie precies gebeurde. Ik heb destijds elk artikel verslonden – hartstikke interessant, leerzaam en informatief.
Het was precies de soort communicatie waar ik behoefte aan had toen men vrijwel al het treinverkeer rond Amsterdam platlegde. Want er reed bijvoorbeeld wel een uurlijkse pendel tussen Amsterdam Centraal en Zaandam. Maar waarom is dat dan een sprintertje in plaats van een dubbeldekker? En hoezo rijdt die pendel in het rijpad van de sprinter Uitgeest, terwijl die drie minuten later in Zaandam arriveert dan de intercity naar Den Helder aldaar vertrekt?
Toen ik naar mijn werk ging, puilde het sprintertje naar Amsterdam uit.
Toen ik naar huis ging, kon ik niet met 100% zekerheid die pendel gebruiken om mijn aansluiting in Zaandam te halen. Ik loste het op door de metro naar Noorderpark en de bus naar Zaandam te nemen, maar ik was met stomheid geslagen toen de allerlaatste intercity naar Den Helder ook daadwerkelijk om 23.52 uur vertrok en niet even wachtte op de pendel die om 23.55 uur zou arriveren.
Intern zullen ze er misschien hun procedurele redenen voor hebben gehad, maar in de praktijk komt degene die deze opzet heeft bedacht over als een bizar domme idioot – de theoretisch onderlegde bureauwerker die het vermogen mist om te denken vanuit de mensen waarvoor hij of zij aan het werk is.
Ja, ik zei: procedurele redenen. Onze maatschappij is tegenwoordig zo gestroomlijnd dat niemand nog buiten de lijntjes durft te kleuren. Je kop gaat eraf. Die laatste intercity even vijf minuten laten wachten en een cross-platform overstap regelen voor je reizigers? Nee, dan krijg je waarschijnlijk een geschreven waarschuwing wegens het opzettelijk schaden van de on-time performance, bang als NS is voor een volgende miljoenenboete van het Ministerie van Infrastructuur.
Als hotelwerker in het centrum van Amsterdam kreeg ik natuurlijk ook op ander niveau het nodige van het winterse weer mee. Mensen belden naar het hotel met de ‘vraag’ of hun non-refundable booking gratis kon worden geannuleerd. “You’ve got to understand my situation!” roept men dan door de telefoon. En dan denk ik iets in de trant van: “Tja, die 10 procent korting ten opzichte van het flexibele tarief blijkt nu een dure grap, hè?”
Taxi’s bleken ook een dure grap op een dag zonder treinverkeer tussen luchthaven en stadscentrum. Toen mensen bij mij een taxi naar Schiphol hadden geboekt voor de vaste prijs van 60 euro, zaten ze 20 minuten later nog in de lobby. Wat bleek: er was geen chauffeur te vinden die voor zo’n laag bedrag wilde rijden. Ik heb de hotelgasten uiteindelijk in een taxi gekregen die 135 euro vroeg voor het ritje naar Schiphol.
Een net gearriveerde Indiaas-Amerikaanse man beschreef de situatie op Schiphol als volgt: “Er waren mensen die al drie dagen vastzitten achter de douane. Ze hebben geen visum en mogen het land niet in. Ze waren al meerdere keren op een nieuwe vlucht geboekt die dan toch weer niet doorging. En soms hadden ze al in een vliegtuig plaatsgenomen dat toch niet bleek te vertrekken. Toen er werd omgeroepen dat een vlucht niet doorging, begonnen mensen te huilen. Het overkwam sommigen voor de zoveelste keer. Steeds weer hoop en dan toch die teleurstelling. Dat maakt mensen radeloos. En er werd bijna niks voor ze geregeld.”
Pas de volgende dag las ik in het nieuws dat Schiphol veldbedden neerzette. Een 18-jarige stagiaire zei dat ze in haar eerste MBO-jaar op Schiphol moest stagelopen. “Ik ben blij dat ik daar nu niet ben, zeg!” Het vergde niet veel inbeeldingsvermogen om te visualiseren hoe passagiers zonder emo-regulator tegenover die tieners stonden te schelden, schreeuwen en huilen (“Wah! Wah! Fucking wah!”). In het hotel kregen we die gestrande passagiers op het moment dat er duidelijkheid was, maar op de luchthaven wordt het slechte nieuws vers van de pers mentaal verwerkt en met horten en stoten ingepast in de persoonlijke omstandigheden – de werkagenda, de buurvrouw die de kat voert, de financiële situatie.
Omdat ik op mijn werkplek in de reisindustrie meer tijd voor een individu kan nemen dan de collega’s op Schiphol, was ik in de gelegenheid om wat zaken voor ze uit te zoeken. “You are the first person who actually helps us,” zei een Britse van middelbare leeftijd. “Thank you so much.” Op zekere leeftijd ben je, denk ik, ook niet (meer) bang om hulp te accepteren, al ben je dan meestal een volwaardig en zelfstandig functionerend individu.
Dat ligt anders als je jong bent. Iedereen die tussen de 18 en 25 is (geweest) zal enerzijds de neiging herkennen om als volwaardig en zelfstandig te willen worden beschouwd – je bent kind-af en op zoek naar een plek in de wereld der volwassenen – maar dit anderzijds niet (altijd) zo ervaren. Elke uiting van medeleven of aanbod van hulp die net iets teveel nadruk legt op een probleem of dilemma – en dus gevoelsmatig conflicteert met dit leeftijdsgebonden wereldbeeld – duwt een jongere veel meer in de slachtofferrol dan hem of haar lief is. In zo’n geval wordt het probleem of dilemma liever verzwegen, de geboden support genegeerd, het contact verbroken.
Maar dat is buiten de mama’s gerekend – want hoe bedoel je, zoonlief zit blut in het buitenland? Natúúrlijk hangen ze meteen aan de telefoon om het onderdak te regelen én te betalen! “I just want the boys to be safe,” zei een moeder vanuit Liverpool. En zo kwam het goed, maar in plaats van dankbaar zag een vijftal blutte 18-jarigen vooral rood van schaamte en zweeg haast onderdanig toen ze op kosten van Moeders weer incheckten na meerdere uren onduidelijkheid op Schiphol. Een goede hotelwerker is mijns inziens discreet genoeg om hier met geen woord over te reppen maar je kunt natuurlijk wel opeens drie family-sized pizza’s op tafel zetten. “Would be a waste to throw these away. Enjoy, gents.”
Weet je, het kan geen kwaad om af en toe wat liever naar elkaar te zijn. Mensen kwetsen elkaar en gaan door met hun eigen leven zonder een gedachte vuil te maken aan de woorden die ze hebben gebruikt. Soms kom je erachter dat je pas in iemands straatje past als je nodig bent. Mensen denken van nature alleen aan zichzelf en de directe familie, maar het lijkt wel steeds meer te worden benadrukt in het egocentrische gedrag dat ze vertonen. Het is een vuile wereld.
De boekhandelaren die op hun achterste poten stonden toen de BTW naar 21% ging, repten met geen woord over de Wet op de Vaste Boekenprijs die hen 42% per verkocht boek in de schoot werpt. Halverwege deze maand toonde iemand zich de ene dag wel heel erg geïnteresseerd in me – overdreven verliefde blik, geveinsde belangstelling voor wat me bezighoudt – en negeerde me de volgende dag, nadat ik had laten blijken zéér allergisch voor dit soort dingen te zijn, totaal. Een beetje als de collega die zelden gedag zegt en opeens poeslief doet als ze je nodig heeft. Dan slaat mijn scherp afgestelde shitdetector natuurlijk meteen door in het rood en bedank ik vriendelijk.
Die verhuftering zie je zelfs bij de publieke omroep. Op NPO Start zag ik een nieuw spelprogramma: Watch Your Back. Na 2 minuten en 45 seconden zegt presentator Soy Kroon: “Ik heb slecht nieuws. We bepalen hier en nu wie als eerste mijn landgoed moet verlaten.” Ik voelde een vlaag van woede en heb het programma uitgezet voordat het meer tijd van mijn leven opeiste dan de 2 minuten en 53 seconden die ik er reeds aan verspild had. Het klonk me net zo smerig in de oren als het wegstemmen van medekandidaten in programma’s op RTL en SBS of die nieuwe regel bij het gereanimeerde Waku Waku die stelt dat je een aapje (dat symbool staat voor een punt na een juist antwoord) mag jatten van een mede-kandidaat. Zie je het al voor je – punten jatten van je tegenstander bij Triviant? Als een televisiespel pas scoort wanneer het draait om rancune in plaats van kennis, kunde, lef en een beetje geluk, liggen we als samenleving op ramkoers met onze eigen beschaving.
Gelukkig waren er deze koude (maar vooral grijze) maand ook nog de mensen die je haast voor vanzelfsprekend zou nemen in het leven. Familie en vrienden. De ouders waar je bij in huis kan omdat Prorail voor de tweede keer in relatief korte tijd twee weken lang het treinverkeer tussen Den Helder en Heerhugowaard – een veel te lang traject om per bus te ondervangen – naar Russisch voorbeeld platlegt. De vriendengroep die zich in Australië vormde, deze maand een weekend samenkwam in het grote Belgische huis van twee van hen – die inmiddels een stel zijn en vader en moeder van drie gezonde en energieke kinderen – en elkaar alle tijd gaf om oprechte interesse in iedereen te tonen. En het is gewoon supervet om na vier jaar op een random locatie als spoor 2 op het station van Leuven een bestie uit Hannover een knuffel te geven die blij is om je te zien en extra blij vertelt dat hij en zijn vrouw in verwachting zijn. Vriendschap en liefde vormen nou eenmaal twee van de belangrijkste ankerpunten in het leven.
Om te voorkomen dat het nu wel erg slijmerig en prekerig wordt, eindig ik deze eerste maandcolumn met een leuk onderwerp als Amsterdamned 2. De film is waarschijnlijk alleen leuk voor Dick Maas-fans – want het onverklaarbare verhaaltje en de vele technische fouten zijn bepaald geen reclame voor de Nederlandse film – en dat ben ik. Vooral door de herinneringen aan zijn werk. Flodder in Amerika was mijn eerste bioscoopbezoek zonder ouders. Flodder heb ik honderd keer gezien. Iedere aflevering van de serie nog vaker. Flodder 3 was een geweldige bioscoopervaring. De Lift en Amsterdamned zijn klassiekers uit mijn jeugd. Dus toen Amsterdamned 2 kwam zat ik natuurlijk al vrij snel in de bioscoop.
Komt er opeens een klacht: in de film wordt een dragqueen geweigerd door een taxichauffeur en dat heet tegenwoordig discriminatie. Dus nu heeft de film een icoontje dat waarschuwt tegen… discriminatie.
Dick Maas gaat het aanvechten. Hopelijk haalt hij zijn gelijk. Want wie zijn werk kent, weet ook dat er in Flodder 3 (uit 1995) een soortgelijk karakter zit dat volwaardig deel uitmaakt van Johnnie’s hooligan-achtige vriendengroep. Dat is nog eens acceptatie! Maar ja, de vrije wereld van 31 jaar geleden is niet langer de huidige wereld vol segregatie, waarin iedereen bang is om fouten te maken – of het risico te nemen om een trein richting de vrije sporen ten noorden van station Zaandam vijf minuten later te laten vertrekken – en vooral leiderschap te tonen.
En dat bracht de schrijver in ondergetekende op een interessant idee voor een psychologische roman: iemand die aan het begin van deze eeuw is ingevroren, weer ontdooien in 2026. Die komt terecht in een herkenbare wereld die desondanks verre van vertrouwt aanvoelt. Dat idee resoneert ongetwijfeld met een heel breed lezerspubliek dat zich voor zoveel herkenning niet eens hoefde te laten invriezen…
PS: Mocht je het werk van Dick Maas op het grote doek willen zien, het Filmmuseum in Amsterdam draait tot en met maart al zijn werk. Amsterdamned 2 draait ook nog steeds in de bios. Oordeelt u zelf.
Reactie plaatsen
Reacties